Er hangt iets bijzonders in de lucht: letterlijk. Verschillende internationale weerinstituten waarschuwen dat de komende winter weleens totaal anders kan verlopen dan de milde seizoenen van de afgelopen jaren. Waar we de laatste tijd vooral grijze, natte en zachte winters hebben gehad, lijkt er nu eindelijk weer een kans te zijn op langdurige kou en sneeuw. En dat komt niet zomaar uit de lucht vallen: meerdere klimatologische factoren wijzen dezelfde kant op.
Volgens Amerikaanse meteorologen zijn er sterke aanwijzingen voor een zwakke La Niña in de Stille Oceaan. Dat klinkt ver weg, maar dit oceaanverschijnsel heeft wereldwijd invloed op weersystemen. Bij La Niña koelt het zeewater af, waardoor de straalstroom – een krachtige wind die het weerpatroon bepaalt – anders gaat stromen. Dit zorgt er vaak voor dat koude lucht uit het noorden gemakkelijker naar Europa en Noord-Amerika trekt. Precies dat zien we nu terug in de eerste seizoensmodellen.
Een tweede belangrijke speler is de poolwervel: een gigantische luchtmassa boven de Noordpool die normaal gesproken de ijzige kou keurig op zijn plek houdt. Maar de poolwervel is momenteel instabiel en dreigt te ‘wiebelen’. Als dat gebeurt, kan de kou plotseling uitbreken en richting lagere breedtegraden trekken. In het verleden ging dat vaak gepaard met strenge winters in Europa, zoals in 2010, toen Nederland wekenlang bedekt was met sneeuw en het kwik dagenlang onder nul bleef.
Ook in Europa zelf zijn de voortekenen opvallend. De atmosferische drukverdeling lijkt te veranderen, waardoor hogedrukgebieden boven Scandinavië vaker standhouden. Zulke blokkades verhinderen dat zachte oceaanlucht onze kant op waait en zorgen ervoor dat koude oostelijke winden de overhand krijgen. Volgens weeranalist Marko Korošec is dat een klassiek recept voor vrieskou. “Als deze trend zich doorzet, kan het zomaar zijn dat we in december of januari echte wintertaferelen zien, met sneeuw tot ver in West-Europa.”
Nederlandse meteorologen blijven intussen voorzichtig. Seizoensvoorspellingen zijn en blijven een gok, benadrukt Buienradar-weerman William Huizinga. “Het is interessant dat zoveel factoren samenvallen, maar het blijft een kansberekening. Het kan ook eindigen in een natte, kletswarme winter als de straalstroom nét anders uitpakt.” Toch geeft hij toe dat de huidige signalen sterker zijn dan in voorgaande jaren. “De combinatie van een zwakke La Niña, minder poolijs, veel sneeuw in Siberië en de juiste stratosferische fase komt niet vaak voor. Dat maakt het spannend om te volgen.”
Een ander opmerkelijk verschijnsel is de Quasi-Biennial Oscillation (QBO), een soort natuurlijke “ademhaling” van de atmosfeer die om de twee jaar van richting verandert. Die staat momenteel in een oostelijke fase, wat de poolwervel verzwakt en koude lucht makkelijker laat ontsnappen. Voeg daar een afname van het zee-ijs en een sterke sneeuwopbouw in Siberië aan toe, en het plaatje wordt compleet. Volgens meteoroloog Andrej Flis is dit “precies de cocktail” die vaak voorafgaat aan koude winters in Europa.
Voor Nederland zou dat betekenen: meer kans op ijsdagen, lokaal sneeuwval, en misschien – heel misschien – weer schaatsen op natuurijs. Dat zou voor het eerst sinds 2012 zijn dat de omstandigheden gunstig genoeg zijn voor grootschalige ijsvorming. Toch is het nog veel te vroeg om conclusies te trekken. De komende weken moeten de modellen bevestigen of de trend doorzet of afzwakt.
Toch waarschuwen experts voor overhaaste conclusies. “Het is verleidelijk om in oktober al te dromen van sneeuw,” zegt Huizinga, “maar de natuur doet wat ze wil. De signalen zijn interessant, maar we moeten realistisch blijven.”
